Hoe wordt zwangerschapsdiabetes behandeld?

Het behandelen van zwangerschapsdiabetes resulteert in een betere uitkomst voor moeder en  kind. Zowel epidemiologische studies als interventiestudies bevestigen dit nu. De ACHOIS studie (Australian Carbohydrate Intolerance in Pregnant Women Study) toonde aan dat een adequate behandeling van (milde) zwangerschapsdiabetes de frequentie van ernstige perinatale complicaties kan verminderen.
> Zie ook: 'Voor u gelezen'
Gezonde voeding en beweging vormen steeds de basis van de behandeling en indien nodig moet insuline worden toegevoegd. Vrouwen met zwangerschapsdiabetes worden best multidisciplinair opgevolgd.

 

Gezonde voeding & beweging

De behandeling van zwangerschapsdiabetes bestaat in de eerste plaats uit een individueel advies over gezonde voeding. Het doel is om normale bloedglucosewaarden te bereiken terwijl er genoeg voedingsstoffen voor moeder en kind worden voorzien. Er wordt ook naar gestreefd om overdreven gewichtstoename te vermijden. Al naargelang het gewicht zal de energie-inname daarom meer of minder beperkt worden (van 1500 tot 2000 calorieën per dag). Het gaat echter niet om een vermageringsdieet (hierbij kunnen namelijk schadelijke ketonen vrijkomen). Naast de caloriebeperking wordt specifiek aandacht besteed aan de inname van koolhydraten en vetten. Verder zal de voeding niet verschillen van die van een normale zwangere op het gebied van eiwitten, mineralen en vitamines. De diëtist(e) is het best geplaatst om aangepaste informatie en advies te geven.
Regelmatige beweging is eveneens een belangrijk onderdeel van de behandeling. Fysieke activiteit verbetert de insulinegevoeligheid en is dan ook essentieel om de bloedglucosewaarden onder controle te houden. Wanneer er geen medische contra-indicatie is, moet bij zwangerschapsdiabetes een lichte tot matige fysieke activiteit worden aanbevolen.

Insuline

Indien voeding en beweging niet volstaan voor een adequate glycemieregeling, wordt insuline voorgeschreven als behandeling. Dit is voor zo'n 15 à 20 % van de zwangerschapsdiabetici het geval. Bij insulinetherapie wordt de zwangerschap nauw opgevolgd door de gynaecoloog en endocrinoloog (diabetesteam). De beste glucosecontrole wordt bereikt met een basaal-bolus schema. Bij voorkeur dient er gestart te worden met de kortwerkende insuline-analogen lispro of aspart en/of het langwerkende humane insuline NPH. Ook bij insulinetherapie is het belangrijk dat de richtlijnen voor gezonde voeding worden gevolgd. Het gebruik van metformine zou een veilig alternatief kunnen zijn, maar er zijn heden nog onvoldoende gegevens over de langetermijneffecten van metformine op kinderen van moeders die ermee behandeld werden.

Zelfmonitoring

In de behandeling van zwangerschapsdiabetes is regelmatige zelfmonitoring een belangrijk element om een goede glycemieregeling te bereiken zonder significante hypoglycemie. De bloedglucose wordt hierbij capillair gemeten (via vingerprik) met teststrips en een glucosemeter. Er wordt aangeraden om de bloedglucose 's morgens te prikken, en vóór en na elke maaltijd. Op basis van de meetwaarden kunnen eventueel aanpassingen worden gemaakt in het behandelingsschema. Onderstaande streefwaarden worden courant gebruikt:

Vóór de maaltijd < 95 mg/dl
1 u postprandiaal < 140 mg/dl
2 u postprandiaal < 120 mg/dl