Wie screenen?

Momenteel wordt voor alle zwangere vrouwen een screening naar zwangerschapsdiabetes aanbevolen, tenzij het risico verwaarloosbaar klein is.
Risicofactoren voor zwangerschapsdiabetes zijn:

  • overgewicht vóór de zwangerschap (BMI > 25, buikomtrek > 88 cm);
  • familiale type 2 diabetes (bij eerstegraadsverwanten);
  • leeftijd > 25 jaar;
  • meerlingzwangerschap;
  • vroegere zwangerschapsdiabetes;
  • kinderen met hoog geboortegewicht (=4,5 kg)
  • vroegere gestoorde nuchtere glycemie met nuchtere waarde:
    100-125 mg/dl
  • vroegere gestoorde glucosetolerantie bij een orale glucosetolerantietest: twee-uurswaarde 140-199 mg/dl

Bij aanwezigheid van minstens één risicofactor wordt bij voorkeur gescreend tussen zwangerschapsweek 24 en 28. In de praktijk betekent dit echter dat vrijwel alle zwangere vrouwen in aanmerking komen. Het is belangrijk dat zwangerschapsdiabetes zeker wordt opgespoord bij vrouwen met een hoog risico. Is er een sterk verhoogd risico (uitgesproken obesitas, antecedenten van zwangerschapsdiabetes, glucosurie of sterke familale anamnese op diabetes), dan wordt er best meteen gescreend. Bij een negatief resultaat wordt de screening nog eens herhaald tussen 24 en 28 weken. Enkel screenen op basis van duidelijke risicofactoren betekent dat men 30-40 % van de diagnoses mist.

"Het is nuttig om bij alle zwangere vrouwen tussen 24 en 28 weken zwangerschapsdiabetes op te sporen."