Hoe ontstaat zwangerschapsdiabetes?

Tijdens elke normale zwangerschap zorgen de hormonen van de placenta voor een minder goede werking van het insulinehormoon ter hoogte van de lichaamsweefsels, wat “insulineresistentie” wordt genoemd. Normaal kan deze insulineresistentie vlot worden overwonnen aangezien de bètacellen van de pancreas extra insuline zullen produceren. Dit is een noodzakelijk regelmechanisme om de bloedglucose constant te houden. 

Vrouwen wiens bètacellen niet voldoende kunnen compenseren voor de toegenomen insulinebehoefte (die kan oplopen tot driemaal de normale behoefte), kunnen geen normale glycemiewaarden handhaven en ontwikkelen zwangerschapsdiabetes. Dit defect wordt “bètacelfalen” genoemd. Vooral in het derde trimester loopt de zwangere vrouw het risico om zwangerschapsdiabetes te ontwikkelen. Daarom gebeurt de screening normaal ook tussen 24 en 28 weken van de zwangerschap (zie 'screening en diagnose'). In die fase van de zwangerschap is de insulineresistentie namelijk even sterk uitgesproken als bij type 2 diabetespatiënten! De meeste (ongeveer 80 %) vrouwen met zwangerschapsdiabetes hebben al een belangrijke onderliggende insulineresistentie waar de zwangerschap nog een schep bovenop doet. Deze verminderde insulinegevoeligheid houdt voornamelijk verband met overgewicht.

Na de bevalling valt de insulineresistentie onder invloed van de placenta weg en worden de glycemiewaarden in de meeste gevallen snel weer normaal. Dit neemt niet weg dat het onderliggende diabetesrisico aanwezig blijft.

FigBuchananJCEM2001 thumbnail
Figuur: Verband tussen insulinesecretie en insulinegevoeligheid bij zwangerschapsdiabetes. (Bron: Buchanan, TA. J Clin Endocrinol Metab 2001;86:989-93)



"Zwangerschapsdiabetes ontstaat als er onvoldoende insulinesecretie is om de verminderde insulinegevoeligheid door de zwangerschap, op te vangen."