Inspuitplaats

Spuitplaatsen

Welke zijn de meest geschikte inspuitplaatsen?

  • buik
  • billen
  • bovenbeen
  • Inspuiten in de arm wordt best vermeden.

Maakt het uit op welke plaatsen ik spuit?
Jazeker. Elke spuitplaats kent z'n eigen opnamesnelheid van insuline. Insuline die in de buik wordt ingespoten, wordt sneller opgenomen dan insuline die in het bovenbeen is ingespoten.
In het bovenbeen ingespoten insuline wordt sneller opgenomen wanneer je meteen daarna hard gaat lopen. Dus de opnamesnelheid is ook nog eens afhankelijk van de lichamelijke inspanning. Ze wordt ook beïnvloed door de temperatuur (vb. snellere opname in een warm bad). Het verdient daarom aanbeveling er voor te zorgen dat, bij meerdere inspuitingen per dag, steeds dezelfde spuitplaats op hetzelfde tijdstip van de dag gebruikt wordt vb. alle ochtendinspuitingen in de buik en alle avondinspuitingen in de dijen. Snelwerkende insuline wordt bij voorkeur in de buik ingespoten (snelle opname). Bij 4 injecties = 3 x buik, 1 x dij.

Moet ik regelmatig van spuitplaats veranderen?
Dit is verstandig om te voorkomen dat spuitplaatsen 'overbelast' worden. Als je bijvoorbeeld altijd op dezelfde plaats in de buik spuit, kan bindweefselvorming (harde plekken) ontstaan, waardoor de opname van insuline beïnvloed kan worden. Dit kan worden voorkomen door dagelijks op een andere plaats van de buik te prikken.

Op welke plaatsen is het lastig om jezelf te prikken?
Voor diegenen die de huidplooitechniek gebruiken is prikken in de billen en de bovenarmen nogal moeilijk. Zij gebruiken best de andere inspuitplaatsen. Er kunnen zich natuurlijk situaties voordoen waarbij het zichzelf inspuiten erg lastig wordt. Daarom is het aan te raden om één of meerdere huisgenoten vertrouwd te maken met insuline-injecties.

Moet je altijd in de richting van het hart spuiten?
Nee, dat is onzin! Je mag prikken in elke richting die je kiest.

Hoe kom ik er achter of ik op de goede manier spuit?
Door een goede manier van spuiten, wordt de insuline gelijkmatig in het bloed opgenomen en iedere dag vrijwel op dezelfde manier. Zo voorkomt men dat de ene dag de insuline zeer vlug wordt opgenomen en snel werkt, de andere dag veel trager met een veel laattijdiger werking. Mocht blijken dat de bloedsuikerwaarden niet goed zijn, dan kan dit voor een deel aan de spuittechniek liggen. Er zijn natuurlijk nog veel andere factoren die de diabetesregeling beïnvloeden. Er is daarom overleg met een behandelende arts en/of diabetesverpleegkundige nodig om uit te zoeken waaraan het precies ligt. Daarnaast mag je niet teveel pijn voelen bij het inspuiten.

Er zijn bepaalde plaatsen waar het spuiten pijn doet, bijvoorbeeld in de buurt van de navel of aan de binnenkant van de dij waar veel gevoelszenuwen lopen. Ook te diep spuiten, zeker in de spier, kan pijnlijk zijn. Het kan handig zijn om met een ervaren verpleegkundige te overleggen en te oefenen.

Is een slechte instelling altijd te wijten aan een slechte spuittechniek?
Nee, een slechte spuittechniek is slechts één van de factoren die een slechte diabetesregeling tot gevolg kan hebben. Ook stress, sterk wisselend levensritme, te veel of te weinig eten en nog veel meer factoren kunnen een ontregelende werking hebben. Ziekte met koorts is bv. een zeer bekende ontregelaar.

Ik weet niet zeker of ik wel gespoten heb, wat nu?
Wanneer je in zo'n situatie wel zou spuiten, loop je het risico dat je een (ernstige) hypo krijgt. Je kunt dan onbewust twee keer ingespoten hebben. In zulke gevallen geldt: beter niet direct spuiten, maar de komende uren de bloedglucosewaarde goed in de gaten te houden (zelfcontrole). Mocht anderhalf à twee uur later blijken dat de bloedglucosewaarde te hoog is, kan alsnog insuline bijgespoten worden.



Diabetes Liga
Diabetes infolijn 0800 96 333
Contacteer ons